Antroposofie
De Antroposofie werd ontwikkeld door de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner, geboren in 1861. Sinds 1913 werkte hij vanuit Zwitserland, waar hij in 1925 overleed. Zijn antroposofisch mensbeeld is gebaseerd op 3 pijlers: denken – voelen – willen.
In de heilpedagogie en sociaaltherapie vormt het antroposofisch mensbeeld de gemeenschappelijke inspiratiebron. In dat mensbeeld wordt de mens opgevat als een eenheid van lichaam, ziel en geest. Het spirituele heeft betrekking op de mens als geestelijk wezen, waarin hij zich - van binnenuit - als ‘ik’ of ‘bewuste zelf’ kan ervaren. Het ‘bewuste zelf’ wil zich ontwikkelen, en dat is het kenmerk van alles wat geestelijk is.
De vraag wat dit ‘zelfbewuste ik’ is, kan niet gemakkelijk worden beantwoord, al is het toch een wezenlijk kenmerk. Dieren hebben niet op die manier zelfbewustzijn en het is dan ook het geestelijke aspect dat het verschil maakt.
Natuurlijk staat de ontmoeting met de persoon met een handicap in de eerste plaats in het teken van zijn problematiek en zijn vraag om hulp. Maar op de achtergrond speelt voor die persoon de eigen unieke mogelijke ontwikkeling een belangrijke rol en wordt gezocht naar de mogelijkheden om deze te activeren. Dat is een toegevoegde waarde.
In de professionele activiteiten laten de therapeuten zich leiden door de basiswaarden gelijkwaardigheid, dienstbaarheid en tegenwoordigheid van geest. Deze waarden vormen het ethisch fundament voor waardevolle zorgverlening en onderwijs. De antroposofie als inspiratiebron wordt beleefd als ontwikkelingsgericht, open, warm en met hart voor de zorg.